Met een druk schema waar ieders hoofd van zou spinnen, ben ik toe aan verlichting. Die vond ik in de vorm van Stubborn Heart. Zelf noemen zij het Electric Soul en wie ben ik om dat in twijfel te trekken? Weinig informatie wordt er op het web gedeeld over het ontstaan van deze band. Iets waar ik de laatste tijd steeds vaker mijn hersenen over kraak. Niet per se over Stubborn Heart, maar over muziek in het algemeen.
Ik zal mij nader verklaren. Sinds begin augustus maak ik deel uit van een band. En wat voor een!! Ik ben hierbinnen verantwoordelijk voor de drums. Hoe enthousiast ik daar over kan praten, zal ik jullie nu besparen, die dosis volgt zodra onze nummers afgemixt zijn. De naam laat ik ook nog even achterwegen, dat is een gevoelig discussiepunt. Maar sinds ik niet meer op mijn drummerskruk zit met een koptelefoon op om mee te drummen met grote gevestigde namen, maar om zelf te creëren, maakt dat mijn hoofd geregeld overuren maakt.
Toen ik deze plaat hoorde zat ik in mijn tegenwoordige: Aha interessant fase. De intro van het nummer Need Someone zou zomaar van The Knife kunnen zijn, en kan daardoor in elke willekeurige arthouse film gebruikt worden. Wat volgt is een stem waar ik in het begin mijn twijfels over had. Maar wat het nummer Need Someone perfect doet, is de muziek de leiding laten nemen. De stem is de passende invulling. Er wordt niet nauwkeurig op de gezongen woorden gelet, maar meer op de zanglijntjes. Die als je niet oppast, je naar herhaling doen verlangen. Er zit een dikke elektronische beat in waarmee sinds een lange tijd niet mee wordt opgeschept. Pas na vier minuten krijg je door dat het daar wel om draait. Ik heb deze plaat al gemiddeld 28 keer geluisterd vandaag. Vervelen doet het absoluut niet. Moeilijk interessant. Die dus in de Aha-creatief uitdrukkingen thuis hoort.
Spannend, een naam om in de gaten te houden.
Stubborn Heart - Need Someone
Goh tja ja. Ik kreeg de vraag of ik nog wel online was met mijn blog. Telkens als deze vraag gesteld werd, bleef ik met een knagend gevoel achter. De wil om muziek voor te schotelen was er zeker, het daadwerkelijk schrijven ontbrak steeds. De dagelijkse devotie, ik moest er eigenlijk niet aan denken. Maar nu had ik het idee dat ik toch echt weer moest beginnen, anders zou ik mij nooit meer met muziekgesprekken mogen mengen.
Na bijna 5 volle maanden van verloedering en de bevestiging dat er grote laksheid in mijn karakter schuil gaat, rees een belangrijke vraag. Welk nummer post je nou na vijf maanden schijnen in afwezigheid? Want het hete muzieknieuws is allang oud. Dus aankomen met de nieuwe Alt-j plaat slaat ook nergens op (Wees niet gevreesd, ze worden zeker nog door mij opgehemeld). Mijn keuze viel op een oud nummer waar het eigenlijk allemaal om Tom Barman draait.
Vol vreugde en het inzicht dat sociale media je ook kan helpen met sommige kwesties in het leven, raapte ik twee geleden de film Anyway The Wind Blows op van mijn deurmat. Na een zoektocht die me steeds na Amerika leidde, kreeg ik een gouden tip op Twitter. Meteen werd de Vlaamse film aangezet en ik voelde kalmte over me heen vallen. Dit doordat ik de bevestiging kreeg dat een film over niks hoeft te gaan, maar vooral doordat alleen maar intens goede nummers voorbij kwamen die ik allang was vergeten.
Het zal je dan ook niet verbazen dat ik voor het nummer Rhythm Is Deified van Magnus heb gekozen. Ook hier draait het om Tom Barman’s genialiteit mogen we wel lichtelijk zeggen. Een dansplaat waar ik jaloers op ben. Elke subcultuur krijg je er mee aan het bewegen denk ik zo. Een nummer dat alleen maar doet denken aan vinyl, draaitafels, drank, drugs en veel sigaretten. Muziekliefhebbend gezelschap op een achteraf feestje in een foute kroeg. Om de moed er in te houden met Mensch minst favoriete seizoen, herfst. Het nummer uit 2004 dat eigenlijk alles zegt. Broeierig dansen, zwetend sigaretten roken, schreeuwend praten en uitbundig drank morsen. Omdat ik er weer enorm naar verlang. En omdat het de creativiteit van Tom Barman bekroont.
Magnus - Rhythm Is Deifeid
Afgelopen woensdag werd er getrakteerd in Paradiso. Geen taart en ook geen snoepzakjes, en helaas werden wij niet thuis gebracht. Maar we kregen een portie Woodkid op zijn best. Hij begon met een intro met een diepe bas en fantastische lichtshow. Een diepe bas die alle moleculen in je lichaam deed bewegen. Zijn band die niet mochten bewegen tenzij een nummer moesten begeleiden. De kerkramen van Paradiso die verlicht werden en dat samen met zijn blazers, gaf al snel het gewenste effect vanuit Woodkid. De zaal was vanaf seconde een al onder de indruk. Zijn opkomst had zag eruit als een Oscar Winnaar. Glunderende ogen, gretige strot, klaar om zijn muzikale speech met ons te delen.
Een weloverwogen opbouw van zijn nummers volgde. Met de rustige nummers in het begin en de stampende slagerij van Kampen platen op het eind. Het nummer waar iedereen gillend gek van werd, was ongetwijfeld Iron. Zijn eigen variant, niet een dubstep aftreksel. Deze Fransman weet hoe hij te werk gaat. Een break viel midden in het nummer, en wij dwazen dachten dat Iron al voorbij was. Maar wij werden gefopt en 3 minuten lang werd er op trommels geslagen en wild gesprongen door het publiek. Ik was gelukkig, had een grijns op mijn gezicht en dat duid er altijd op dat ik de show geweldig vind. Maar ik was het meest onder de indruk van een rustig nummer in het begin. Brooklyn. Zijn stem die wat weg heeft van Anthony and the Johnsons. Een intieme lichtshow, een stille zaal. Twee elementen die ervoor zorgden dat Woodkid een brok in zijn keel kreeg en tranen over zijn wangen druppelde. Kippenvel vanuit mijn kant. Deze artiest zou op elk festival moeten staan. Alles en iedereen kan hij verbaasd achterover laten vallen. Met een klein eerbetoon aan zijn muziek.
Woodkid - Brooklyn
Met schaamrood op mijn wangen, start ik aan deze post. Een goede verklaring voor mijn afwezigheid kan ik niet geven. Want ik loop immers stage bij een van Nederlands invloedrijkste muzieksites. Dus gebrek aan inspiratie was niet het geval. Ook het gebrek aan nieuwe ontdekkingen niet. Nee ik beken het eerlijk: Het leven van een arbeider valt mij zwaarder dan gedacht. De uren in mijn studentenperiode van lanterfanten en jullie lezers voer en muziek aanbieden zijn voorbij. Maar ik geniet enorm van alle parels die ik al ontdekt heb. En vandaag heb ik met mijzelf afgesproken weer dagelijks te posten. Ik ben terug vrienden!
Waar moet je beginnen met zoveel moois in muziekwereld? Te veel keuzes en opties. Maar gelukkig was daar vandaag de shuffle functie van mijn iPod die vergeten nummers zo af en toe ten gehore brengt. Zo ook dit nummer. Jai Paul, bekend om zijn BTSTU demo die in 2010 wereldwijd met open armen werd ontvangen. Hij mocht meteen meedraaien in met de grote Engelse Dj namen. BTSTU, een fijne plaat in het gehoor, niks op aan te merken, maar geen nummer waar ik een kleine grijns en een stampende voet van krijg. Dat gebeurde toen ik op de redactie een nummer voorbij hoorde komen dat ik al eens had gehoord. Ver verstopt tussen alle andere artiesten met een J. Een spannende intro die doet denken aan de film Drive. En dat dankzij Kandinsky die de soundtrack op zijn naam heeft staan. Een gitaarriff die het hele nummer de lopende draad zal zijn. Percussie wordt minimaal ingezet en de technosnear bepaald later de sfeer van het nummer. Vervormde stem zoals James Blake ons al eens had laten horen. Een mooie combi tussen electro, funk, lichtelijke dubstep. Mijn favoriet van deze Jai Paul. Jasmin, het belangrijkste woord in dit nummer. Hij en Jasmin. Zie het als een liefdesverklaring met de spanning van Drive de film.
Allereerst mijn excuses voor het verloederen van mijn blog. Dat heeft een reden. Smoesjes waar ik normaal gesproken niet van gecharmeerd ben, maar deze week wel heb gehad.
Afgelopen maandag was namelijk mijn eerste stagedag bij een groot Nederlands muziekbedrijf. Vol zenuwen werd ik aan alle medewerkers geintroduceerd, werd mij verteld wat mij te wachten staat en ontzettend veel informatie gegeven. Diep onder de indruk verliet ik diezelfde maandag mijn nieuwe werk. De werkdagen daarop had ik mij voorgenomen om ontzettend hard mijn best te doen. Vandaar dat ik niet stiekem een blogpost heb gemaakt. Nadat ik in de avonden thuis arriveerde, was ik zo gesloopt dat zelfs een bordje eten maken een grote inspanning was. Ik moet wennen aan mijn nieuwe ritme, nieuwe omgeving, nieuwe verantwoordelijkheden (dat zijn er nogal veel) en nieuwe collega’s.
Vandaag ben ik weer klaar om voor de volle 100% te bloggen. Aangezien ik bij het muziekbedrijf ontzettend veel nieuwe dingen te horen krijg, leek het mij leuk om mijn nieuwe vondsten met jullie te delen. Echter is er nog niet iets waarvan ik dansend door de kamer ren. Ik wilde daarom terugvallen op iets veiligs. Iets waar ik vertrouwd mee ben. En dat is The XX. Jamie XX is daar een onderdeel van, maar voor eens laat ik hem aan de zijlijn staan. Want The XX draait om het kwartet uit Zuid Londen. Hun grootste hit is Crystalized en dat begrijp ik goed, want het is een van de opgewektere nummers van de formatie. De rest is diep en vaak donker en zelfs een beetje manisch depressief. Maar dat weten deze Londenaren goed te verpakken tot een waanzinnig mooie eigen sound. Het nummer waar ik het meest onder de indruk ben, is eigenlijk geen volwaardig nummer. Het is de intro van hun cd. Intro’s worden altijd een beetje als de buitenbeentjes behandeld. Het is de wiskunde b leerling die bij de wiskunde a klas is ingedeeld. Ook ik vind intro’s vaak niet de moeite waard, maar bij The XX is dat een heel ander verhaal. Daarnaast heb ik dit nummer met een goede reden gekozen. Mijn hele week stond in teken van een introductie, net zo mooi als de intro van The XX.
Een gitaarmelodie die dagen lang in je hoofd blijft hangen. Ijzersterke electronische diepe drumslagen. Manische samenzang. Een perfecte opbouw van een geweldig album. Ik heb bij dit nummer ook mijn tranen in bedwang moeten houden toen ik de band op Lowlands zag optreden. Een gevoel van ultiem geluk, omdat je iets moois hoort wat je met de rest van het publiek deelt. Het is kort maar ontzettend krachtig.
The XX - Intro
Brakke Grond, een Vlaams cultuurhuis in Amsterdam. Een naam perfect gekozen, want dit was het gevoel waarmee ik het hele optreden van The Black Atlantic zat. Een zit concert in een kleine intieme zaal waarbij je de band haast kon aanraken. De avond begon met een prachtige Vlaamse dame die deel uit maakte van Love Like Birds, een bandje dat mijn overdonderde en waar ik morgen over zal uitwijden. Vandaag staat in het teken van de magische performance van The Black Atlantic. Uit Groningen, hoewel de band zelf al aangaf dat deze topografische benaming niet meer klopt. 50% Utrecht, 25% Leeuwarden, 25% Zwolle, als ik mij niet vergis. Maar de roots van deze band liggen in Groningen. Weer een bevestiging dat al het moois uit die stad/provincie lijkt te komen.
Een bandje dat optrad bij De Wereld Draait Door en daar een nummer neerzette waar menig kijkend publiek kippenvel van kreeg. Fragile Meadow, enkel een klein gitaartje en imponerende drumslagen. Minimalistisch maar recht voor zijn raap. Vanaf dat moment was mijn interesse gewekt. Toen ik het album luisterde, zat ik met een open mond. Dit is zo onnederlands en zo ontzettend goed. Bijna in elk nummer backing vocals van de rest van de band. Die het een bijna heilig tintje geven. Ik was dus erg blij toen ik hoorde van Brakke Grond en The Black Atlantic.
Ik zat daar voor de geluidsman, goed zicht op de hele band en de zaal. De eerste tonen werden gespeeld en de zaal werd muisstil. Iedereen was vanaf het eerste nummer onder de indruk, zat in het moment, en men was geïrriteerd als er ook maar iemand durfde te fluisteren door de nummers heen. Zelfs een mededeling in de trant van: Ik heb een hartaanval, werd niet gewaardeerd. Het mooiste wat een publiek een band kan geven is pure stilte en aandacht. Er ontstond een magische sfeer. Alles klopte, de rookmachine de nummers een platteland sfeer gaven, de lampen die door de rook heen straalde. Het was perfect. En dan de performance van de mannen die zelf ook onder de indruk waren van de stilte die er in de zaal hing. Iedereen hing aan hun lippen. Vanaf het eerste nummer voelde ik een brok in mijn keel. Bij het nummer The Aftermath liepen de tranen over mijn wangen. Ik voelde me trots, geraakt, verdrietig, ontzettend gelukkig. Het hele optreden heb ik die brok gehouden. Vol fascinatie heb ik hen mogen aanschouwen. Met elk bandlid dat een geweldige beheersing van het instrument heeft. Een drummer die weet te doseren. De gitarist die weet wat pakkend is. De zanger die een prachtig hoge stem heeft. De pianist die alle nummers een perfecte invulling geeft.
Ja, het was me allemaal wat. Het voelde alsof ik een kind kreeg: Ontzettend mooi maar ook heel zwaar. Dat waren mijn woorden. Ik wil deze band oprecht bedanken voor hun muziek. En hun eren. Dat doe ik vandaag met wederom een brok in mijn keel. Ik prijs het mooiste concert sinds lange tijd.
The Black Atlantic - The Aftermath.
Na het geluk van 5 dagen zon moest er wel een keerpunt komen. Want zo is het Nederlandse weer. Onvoorspelbaar en daarbij hoort ook mijn muziekmood. Daar waar ik gisteren alleen nog oppompende technobeats mijn muziekinstallatie uit blies, houd ik het vandaag minimaal en lichtelijk manisch. Een gevoel waar ik als muziekliefhebber zo nu en dan ook in mee gesleept wil worden. Alle mogelijke soorten emoties voelen dat muziek mogelijk maakt.
Vandaag is een band aan de beurt waar ik het eerst niet zo op had. Laten we het houden op een rebellerend muziek karakter dat ik in mijn tienerjaren heb ontwikkeld. Niet meegaan met mainstream, nee lekker afzetten. Daar hoorde ook dit ‘kamermuziek’ genre bij. Een benaming die klopt. Muziek die je het liefst in je eentje wilt luisteren. Mocht je het dan live willen zien, dan ook alleen met mensen die hetzelfde dachten. Zittend bij de bar misschien. Het mooie is dat deze band, Anthony and the Jonhsons, alleen maar ballads maken. Die gaan over eigenlijk alle facetten van het leven, maar altijd aanvoelt als een groot verlies van iemand. Terwijl hun teksten daar vaak niet op duiden. Een stem die uitermate ongebruikelijk en opvallend is. Een waarvan ik dacht dat het absoluut uit een dikke neger moest komen die de pijn en de verhalen van de slavernij kende. Het was dus ook bijzonder schrikken toen ik hoorde dat dit stemgeluid uit een blanke man uit New York komt. En als je een foto ziet van de artiest, begrijp je zijn teksten een stuk beter. Hard om te zeggen, maar wel waar. Qua uitstraling een Nathaniel Rateliff. Beetje onaangenaam, iemand die je wilt ontwijken maar iets interessants heeft.
Ik kan er niet meer van maken dan indrukwekkende ballads, die je even doen stil staan. Nummers waar je voor in de mood moet zijn, want na een lekker vrolijk nummer, zijn deze liedjes een echte killer. Mijn favoriete nummer: Hope there’s someone. Meteen de bevestiging dat het muziek is voor jou alleen.
Anthony and the Johnsons - Hope there’s someone.
Afgelopen weekend was er een samenzijn van vrienden van mijn ouders. Met daarbij hun kroost, hond en een huisje in de Ardennen dat het best omschreven kan worden als een Noorse blokhut met Belgische input en vergane glorie. Na een helse tocht en de nodige spanning om het weerzien, hadden mijn zus en ik het plekje in the middle of nowhere gevonden. Geen slechte spanning: meer opgewonden spanning, want een weekend zoals dit had al meer dan tien jaar niet meer plaats gevonden. De kroost van het andere gezin had ik sinds die date misschien maar 36 uur gezien in de jaren daarna. En die tijden zouden wij nu verbreken. Hopen op genoeg gespreksonderwerpen, want de leeftijd 6 en 16 is een grote stap.
Wandelingen volgden, en laten we het Boeddhistisch geloof maar bedanken voor het prachtige lenteweer. Lichtelijk verbrand en vermoeid tijdens de eerste wandeling dat weekend, werd er besloten de zwakkere wandelaars achter te laten. Bij het huisje uiteraard, want dat lag op de route. Na de confrontatie dat de vijf jaar leeftijdsverschil tussen de oudste en mij zorgde voor verveling in de vrije uren, werd het bij mij duidelijk dat ik actie moest ondernemen. Een vlieger en badmintonset van de plaatselijke supermarkt bleken de uitkomst te zijn. Ongeveer een uur lang werd er door ons vier geprobeerd het hopeloze plasticke ding langer in de lucht te houden dan 15 secondes. Helaas kwam die droom niet uit. Toen wij ons daarbij neer hadden gelegd, had ik eigenlijk al enorm genoten. Ik was weer even kind samen met mijn zus en de kinderen van het andere gezin. Daarnaast straalde de zon en hadden wij een uur lang op een bergachtige weide gerend.
Het werd tijd om te eten. Niet belangrijk voor dit verder verloop van het verhaal zul je denken. Toch wel. Ik kan erg genieten van deze vrienden van mijn ouders. Stiekem durf ik wel te zeggen: surrogaat ouders, want zo vertrouwd voelt het altijd ook al zien wij elkaar maar matig. Het zijn mensen die niet vies zijn van wat spiritualiteit her en der. Dat resulteerde tien jaar geleden in een camping ergens in Drenthe. Niet zomaar een camping, nee een Klezmer camping. Voor dat weekend was mij de betekenis van Klezmer totaal niet bekend. Mijn samenvatting: Mensen die zweverig met klarinetten om een kampvuur dansen, met elkaar, iedereen is welkom als er respect getoond wordt. Omdat dit enigzins een traumatische ervaring voor mij als 11 jarig meisje was, maken we hier graag grappen over als wij elkaar weer zien.
In de Ardenne werd de barbecue voor het eerst dit jaar aangestoken. Allemaal geplaatst rondom het brandende vuur, met alcohol in onze handen en veel gelach werd de zomertijd ritueel ingewijd. Aftellen van tien naar nul met een klein euforisch moment bij de nul. Het leek de mannen praktischer om rond het avondeten de tijd alvast vooruit te zetten. Dat was een goed inzicht van de mannen. Maar daarnaast was er de draagbare muziekbox van de zoon van het andere gezin. Een bezit waar hij ontzettend trots op was, en ik lichtelijk jaloers. Tijdens het braden van de eerste worstjes schalde zijn muziek weg door de bergen. Geen foute muzieksmaak voor een jongen van 14, maar hij moet natuurlijk nog veel leren. Dat moest ik ook op die leeftijd. Vriendelijk vroeg ik hem of ik mijn iPod aan mocht sluiten. Gelukkig mocht dat. Nadat de worstjes op waren en zon langzaam begon te zakken, kwam dit nummer voorbij. Uit het niets begon iedereen te dansen. Ik moest lachen omdat het mij deed denken aan het Klezmer gedoe. Ik moest lachen omdat ik gelukkig was. Ik moest lachen omdat niemand zich voor elkaar schaamde. Het was een mooi moment. Met mensen om mij heen van wie ik zachtgedrukt ben gaan houden door de jaren heen.
Naast dat dit nummer gespeeld werd waarop werd gedanst, is het ook het nummer dat een ultiem gevoel van geluk en een mooie zomeravond in petto heeft. Net als daar, afgelopen zaterdag. Island genaamd, het gevoel dat ik daar ter plekke kreeg. Afgezonderd in een mooi stukje natuur, geen schaamte en doen waar je zin in hebt.
The Whitest Boy Alive - Island.
Bij een mooie lentedag als vandaag komen herinneringen en verlangens naar boven drijven. Herinneringen in de vorm van het landelijke leven in Limburg. Vers gemaaid gras, pollen die door de wind meegevoerd worden, staren naar kabbelend water, picknicken in de wei met vrienden. Dat soort dingen die het leven mooier maken. Verlangens in de vorm van festivals en zonactiviteiten. Eindeloos genieten op het terras, wijn drinken in het park, vliegeren in de wei, vespa toeren, stiekem bijkleuren in de zon, lezen tegen een boom, genieten van een festival. Dat laatste heeft mijn voorkeur als favoriete bezigheid.
Een band die ik als de ultieme festivalband beschouw is The Arctic Monkeys. Klein en schichtig begonnen, groot en zelfverzekerd uitgegroeid. Het kaliber harde riffs en Engelse sound. De eerste cd heb ik werkelijk grijs gedraaid. Ik was onder de indruk van de drummer. Een jonge gast die snelheid en strakheid tot een ander niveau heeft getild. Na maanden trainen kon ik zijn kunsten nadoen. Een invulling die de band een extra dimensie geeft. Maar daarnaast is er de stem van Alex Turner. Een totaal eigen sound. De band heeft vele albums gemaakt en alle nummers hadden dezelfde insteek. Best wel hard maar bloedmooi. Nu was daar laatst hun nieuwste editie. R U mine? heet deze plaat. Toen ik met mijn zonnebril door Amsterdam liep vandaag en de lentegeur opsnoof, wilde ik alleen maar dit nummer horen om dat moment nog completer te maken. Geen typische feelgood lentevibe, maar het doet mij denken aan de bezwete lichamen op festivals. Het bier rond 2 uur s’middags dat beter smaakt dan welk ander moment op de dag dan ook. Je maagdelijk pakje sigaretten nog onaangetast. En daarbij je brakke hoofd met zonnebril, lach en omringd met vrienden in dezelfde positie. Met een kleine kater gefacineerd staan kijken naar deze band. Af en toe een sprong van blijdschap. Ja daar verlang ik naar op deze dag.
The Arctic Monkeys - Are you Mine?
Vergane glorie, zo zou ik Everything But The Girl wel willen noemen. Een duo dat zich vormde in 1981. Ze staan op non-actief. Waarschijnlijk riep het serieuze leven en paste het hectische artiesten leven daar niet meer in. Jammer, want dit duo wist wel van wanten. Weer val ik terug op een muziekgenre dat mij vaak in zijn greep heeft. Triphop.
Ik kende Everything But The Girl eigenlijk niet zo goed. Het bleek echter dat ik dit samen met Portishead en Massive Attack meerdere malen gehoord heb tijdens het spelen vroeger. Weer een band waar ik alle nummers van kende zonder daar een artiest bij te kunnen plaatsen. Ongeveer een jaar geleden kwam mijn vader aanzetten met twee grote bananendozen vol cd’s. Op de kop getikt bij een failliete bibliotheek. Treurigheid bij die gedachte, want lezen en zelfs muziek zou bij een bibliotheek anno 2011 moeten horen. Maar nee, deze bibliotheek kon niet meer rondkomen en besloot de hele cd collectie te verkopen. Intens geluk vanuit mijn kant, hoewel het bedoeld was voor de verkoop vertelde mijn vader. Dat weerhield hem er gelukkig niet van om mij als een klein kind te laten graaien in de dozen. Meerdere parels kwamen boven drijven. Toen ik het album van Everthing But The Girl in mijn handen had, wilde ik het bijna weggooien. Want je moet je bedenken dat je muziek op dat moment alleen kan keuren op een hoesje en namen van nummers op de achterkant. Ik had het op het ‘misschien’ stapeltje gelegd. Met 30 nieuwe schatten liep ik naar mijn installatie. Massive Attack was de grootste winnaar van deze verzamelwoede. Met intens geluk wilde ik het even laten bij alle Massive Attack cd’s. Ik zag de cd van Everything But The Girl liggen en dacht: “Vooruit, nog eentje dan”.
Single was het nummer dat mij omver blies, of eerder in trance. Geremixt door Photek. Eenzame keyboard, zweverige stem van de zangeres Tracey Thorn. Een diepe even eenzame bas. En een beat waar je van gaat schuimbekken. Helaas is deze versie nergens online te vinden. Wel op Spotify, dus ga het zeker beluisteren. Maar tijdens mijn teleurstellende zoektocht naar deze versie, kwam ik een andere tegen. Ook retegoed. Brad Wood Memphis die het origineel eigenlijk beter heeft gemaakt door zijn mix kunsten. Vergane glorie op zijn mooist.
Everything But The Girl - Single (Brad Wood Memphis remix)